Warm je koekenpan rustig op op ongeveer 70–80% van het vermogen van je kookplaat, zodat ze gelijkmatig op temperatuur komt. Voeg meteen wat boter of olie toe met een hoog rookpunt (geen olijfolie) en let op de signalen: boter schuimt eerst en kleurt daarna lichtbruin, olie begint te bewegen wanneer ze warm genoeg is. Zorg dat je ingrediënten goed droog zijn voordat je ze in de koekenpan legt, zo voorkom je spatten en koelt de koekenpan niet af. Leg alles in de koekenpan en laat het minstens twee minuten met rust zodat er een korstje kan vormen en het vanzelf loskomt.