Met onze stapsgewijze instructies stel je de oven of kookplaat correct in, op de gepaste temperatuur. Zo verwarm je je gerecht op de juiste manier en voorkom je dat je kookgerei door oververhitting beschadigd raakt.
- Zet je kookvuur om te beginnen op 70-80% van het totale vermogen. De producten van ZWILLING, Demeyere, Ballarini en Staub geleiden de warmte zo goed dat je ze nooit met booster/power functie moet opwarmen. Tenzij bij een grote hoeveelheid water kan je hier gebruik van maken.
- Sommige oliën en vetstoffen verbranden al bij lage temperaturen. Wij raden je aan producten te gebruiken met een rookpunt (de temperatuur waarop vetstoffen en oliën gaan ontbinden en beginnen te dampen) van 200 °C of hoger. Je leest er hier alles over.
- De temperatuur tijdig lager zetten helpt je energie te besparen en voorkomt oververhitting. Dat is belangrijk, want oververhitting kan tot verkleuringen leiden. Die hebben geen invloed op de prestaties van je kookgerei, maar als je een product extreem oververhit, kan de bodem of de coating permanent beschadigd raken.
- Gebruik een deksel om je energieverbruik verder te verlagen. Als je de pot afsluit, vervliegt de warmte niet meteen.
Tip: met onze ControlInduc X bakpannen van Demeyere behoort fout verhitten definitief tot het verleden. Het is echter belangrijk om te weten dat je het kookgerei slechts op 70–80% van het totale vermogen van je kookplaat moet verwarmen.
Dit betekent dus niet dat je de kookplaat op maximale stand moet zetten.
Vanaf ongeveer 220°C verliest het unieke ControlInduc® materiaal geleidelijk zijn magnetisme. Zo neemt je kookgerei gaandeweg minder energie op. Hierdoor stabiliseert de temperatuur op ongeveer 250°C . Hierdoor is oververhitting niet meer mogelijk. Let op, deze technologie werkt enkel op inductie!