Bereiding
Maak het gehakt
Snijd de lamsschouder en lamsbuik in blokjes. Doe ze in een grote kom en voeg de ui, look, droge specerijen en verse kruiden toe.
Meng goed en maal het vlees met een vleesmolen tot gehakt met de grove plaat. Haal het gehakt daarna een tweede keer door de vleesmolen zodat de ui en look mooi onder het vlees gemengd zijn.
Maak het pinsadeeg
Meng de pinsa bakmix met het water en de olijfolie en kneed tot een glad en soepel deeg.
Dek de kom af met huishoudfolie of een keukenhanddoek en laat 40 minuten rijzen op een warme plaats.
Vorm de pinsa’s
Bestuif het werkblad royaal met bloem en kneed het deeg tot een bal. Dek opnieuw af en laat nog 10 minuten rusten.
Leg bakpapier op twee bakplaten en bestuif met bloem. Verdeel het deeg in twee, bol de stukken opnieuw op en leg ze op de bakplaten.
Laat opnieuw rijzen
Bestuif de deegbollen met bloem en duw er met je vingers putjes in. Draai ze om en strek ze voorzichtig uit tot lange ovalen.
Dek opnieuw af en laat nog 40 minuten rijzen.
Bak de pinsa’s voor
Maak opnieuw putjes in het deeg en besprenkel met wat water voor een krokante korst.
Bak de pinsadeegjes 10 minuten voor in een oven van 250 °C.
Werk af met het lamsgehakt
Haal de pinsa’s uit de oven en verdeel er het lamsgehakt over.
Bak vervolgens nog 8 minuten verder tot het gehakt gaar is.
Maak het yoghurtsausje
Meng de Griekse yoghurt met het sap en de zeste van de citroen, de olijfolie en het zout.
Maak de salsa
Meng de komkommer, tomaten en rode ui tot een frisse salsa.
Werk af en serveer
Haal de pinsa’s uit de oven en verdeel er wat yoghurtsaus en salsa over.
Werk af met feta, granaatappelpitten, wat extra citroenzeste en enkele blaadjes munt.